HISTORIE
Hieronder een zeer interressant artikel met veel achtergrondinformatie over de historie van onze streek van de hand van Wil Filott.

Stierhouderij in Dieteren

Auteur: Wil Filott

Inleiding
Een rund is een zoogdier. Kenmerk van een zoogdier is dat het zijn jongen na de geboorte voedt met melk. Het jong zoogt bij zijn moeder. Koeien geven pas melk als zij een kalf ter wereld hebben gebracht. Voor het zover is, moet een koe eerst bevrucht worden. Dat gebeurt met sperma van een stier.
Voordat koeien door mensen als landbouwhuisdier werden gehouden, liepen runderen in kuddes vrij rond. In zo`n kudde waren ook stieren aanwezig die de koeien dekten als die vruchtbaar (tochtig) waren. Toen boeren koeien gingen houden voor de mest, de melk, het vlees, de huiden en de fok van nieuwe koeien, was het houden van een stier een kostbare aangelegenheid en niet rendabel behalve als men veel koeien aanhield. Dat was dus alleen weggelegd voor grote boeren met veel grond. Een stier gebruikt veel voer en brengt weinig op behalve mest en op het einde van zijn leven vlees en huiden. Een stier is echter noodzakelijk voor de bevruchting en dus ook voor de melkgift van koeien en het voortbestaan van de soort.
Allengs ontwikkelde zich een systeem waarbij een stier werd aangehouden voor meer boeren. Het houden van een stier was in feodale tijden een recht van de heer: het zogenaamde recht van bol. Bol is een andere naam voor een stier. Vergelijk de Engelse naam bull en het Duitse Bulle.
De stier werd in de middeleeuwen meestal gehouden op grote pachtboerderijen van de heer of van kloosterordes. Kleine boeren met koeien waren verplicht of noodgedwongen gebruik te maken van de “diensten” van de stier, uiteraard tegen een vergoeding. Als een koe tochtig was, moest de boer met de koe naar de stierhouder om haar te laten dekken door de stier. Dat dekken nam slechts enkele minuten in beslag. Het houden van een stier is overigens niet van gevaar ontbloot. Een stier kan onverhoeds mensen aanvallen en zelfs doden.
Later, en zeker na het afschaffen van het feodale stelsel, kon in principe iedereen een stier houden. In de praktijk konden echter alleen grote boeren, die beschikten over veel land, zich het houden van een stier permitteren. De kleine boeren bleven afhankelijk van de stierhouder.

Dieteren een boerendorp
Dieteren was tot na de tweede wereldoorlog een echt boerendorp. De agrarische sector was de belangrijkste economische activiteit. De boerderijen lagen voor het merendeel in het dorp. Het waren kleine boeren met een gemengd bedrijf. De boeren hielden koeien, varkens, kippen en geiten, weinig in aantal. Zij verbouwden granen (rogge, haver, gerst, tarwe) en aardappelen. De bedrijven waren ook klein omdat de grond schaars was en het boerenbedrijf veel handwerk vergde. Een gemengd bedrijf had het voordeel dat een slechte opbrengst van een bedrijfstak mogelijk gecompenseerd werd door een goede opbrengst in een andere. Ook werd daardoor de benodigde arbeid beter verdeeld over het jaar.
Er woonden ook beoefenaren van andere beroepen zoals een smid, een bakker, een slager, een winkelier, onderwijzers en een molenaar. Een aantal mannen werkte in de kolenmijnen. En in een katholiek dorp als Dieteren waren er uiteraard enkele geestelijken werkzaam. “Notabelen” zoals een burgemeester, notaris of dokter waren er niet.

De opkomst van collectieve stierhouderijen
Einde 19de eeuw, begin 20ste eeuw begon in de agrarische sector de coöperatieve gedachte op te komen. De bedoeling daarvan was door samenwerking de kosten te verlagen en de opbrengsten te verhogen en minder afhankelijk te zijn van andere leveranciers en afnemers van goederen en diensten. Voorbeelden daarvan zijn de boerenleenbanken en zuivelverenigingen. Begin 20ste eeuw kwamen ook gezamenlijke stierhouderijen van de grond. In Limburg bestonden toen al 16 onderlinge stierhouderijen. De oudste was in 1899 opgericht in Tungelroy, gemeente Weert. Naast kostenverlaging, was ook verbetering van het vee een belangrijk doel van deze verenigingen. Dergelijke verenigingen werden in een korte tijd in heel Nederland opgericht. Vrijwel ieder dorp had een vereniging die zich toelegde op de collectieve stierhouderij, zo ook Dieteren.

De oprichting van een stierhouderij in Dieteren
In het archief van de stichting Rundveeverbetering Brabant en Limburg is helaas nauwelijks iets te vinden over de oprichting en de verdere geschiedenis van de stierhouderij in Dieteren. Ook het archief van het Regionaal Historisch Centrum Limburg te Maastricht biedt geen uitsluitsel. Mogelijk is er nog iets te vinden in de krochten van het Ministerie van Economische zaken, in welk ministerie dat van Landbouw enkele jaren geleden is opgegaan. Ik heb daar geen onderzoek naar ingesteld.
Het hierna vermelde is gebaseerd op brokstukken informatie die ik bij elkaar gesprokkeld heb.

Meer stierhouderijen in Dieteren?
De onderlinge stierhouderij in Dieteren is waarschijnlijk in of kort na de eerste wereldoorlog opgericht. Van de eerste jaren heb ik niets kunnen achterhalen. Vanaf 1930 zijn wel enkele bronnen te vinden onder meer in de vorm van krantenverslagen. Uit die krantenverslagen blijkt dat een stierhouderij te Dieteren “Vooruitgang “ heette. Het was een vereniging die jaarlijks een algemene vergadering belegde. In krantenverslagen is ook sprake van een onderlinge stierhouderij “De Eendracht”. Waren er in Dieteren twee onderlinge stierhouderijen of is er sprake van een vergissing in benaming in de krantenverslagen? Voor het laatste pleit dat de voorzitter van de (beide ) vereniging(en) werd aangeduid als L. Lijnen, L. Leijnen en L. Leynen. Steeds dezelfde voorletters maar de schrijfwijze van de achternaam verschilde. Als secretaris werd de heer Hensgens en Henskens vermeld, waarschijnlijk dezelfde persoon. Om de verwarring te vergroten: in 1935 werd in een krantenverslag onder de kop “Dieteren, Landbouwbelangen” melding gemaakt van een algemene ledenvergadering op 27 0ktober 1935 van een stierhouderij “Voorwaarts” in het patronaat. In die vergadering werd na breedvoerige besprekingen eenparig besloten geen verenigingsdekstier meer te houden en de aanwezige stier aan de meestbiedende van de hand te doen. De nog aanwezige kasgelden zouden alsdan onder de leden-aandeelhouders verdeeld worden. Zeer waarschijnlijk is hier sprake van een besluit tot liquidatie van een stierhouderij in een andere plaats dan Dieteren.

De Vooruitgang in de jaren dertig
In 1929 telde de Vooruitgang 30 leden, onder wie ook boeren uit Baakhoven. Hieruit kan worden afgeleid dat Dieteren en Baakhoven in die tijd ten minste een zelfde aantal boeren met een of meer koeien telde. Waarschijnlijk waren het er veel meer want Dieteren kende naast de onderlinge stierhouderij ook boeren die zelf een stier hielden en die mogelijk ook ter beschikking stelden van andere boeren. Het aantal koeien was per bedrijf waarschijnlijk zeer beperkt. De koeien waren roodbont van het MRIJ-slag. MRIJ staat voor Maas Rijn IJssel. De algemene vergadering van de Vooruitgang werd in 1930 gehouden in een lokaal van de openbare lagere school. Er was dus in die tijd sprake van openbaar (neutraal) onderwijs en nog niet van een lagere school met een katholieke signatuur. De vergadering werd gehouden op een zondag na de Hoogmis. De boeren hadden dan “vrij”. Op zondagen werd er alleen het hoognodige werk op de boerderij verricht, zoals melken en de stal uitmesten. De zondag was “de dag des Heere” en moest er gerust worden. De zogenaamde zondagsrust is algemeen onder christenen en zou berusten op het scheppingsverhaal in de Bijbel. Op de zevende dag was Gods schepping voltooid, en rustte hij. Die dag werd heilig verklaard en er kwam een verbod om op die dag werk te verrichten. Alle leden van de vereniging waren katholiek en het bijwonen van de zondagsmis was plicht voor katholieken. Blijkbaar waren er in een klein dorp als Dieteren op zondagen meer missen, gelet op de specifieke vermelding van Hoogmis. De inkomsten en uitgaven van de vereniging bedroegen in 1929 meer dan 500 gulden. Het jaar 1929 werd overigens afgesloten met een verlies van 32,94 gulden, in die tijd een behoorlijk bedrag. Als bestuursleden werden in 1930 herkozen mijn grootvader Jacob Filott en W. Hensgens. Uit het feit dat er sprake was van een herverkiezing kan worden afgeleid dat beiden in ieder geval eind jaren twintig al bestuurslid van de Vooruitgang waren. In 1931 werd een drukbezochte algemene vergadering van de Vooruitgang gehouden in het patronaat. Dieteren had toen dus een patronaat. De heer L. Leynen werd als voorzitter vermeld. In die vergadering werd besloten een nieuwe dekstier aan te kopen en de aanwezige dekstier te verkopen. Een dekstier werd maar een paar jaar aangehouden om inteelt door bevruchting van vaarzen door een stier die hun vader was, te voorkomen. In 1933 werd in Roosteren in een wei van de heer H. Bustin een stierenkeuring gehouden. De stier “Roland van Pulle” van de Vooruitgang werd daar goedgekeurd evenals de stier “Karel” van de heer H Winteraeken uit Dieteren. Dergelijke keuringen vonden regelmatig plaats. In 1942 werd bij voorbeeld bij een soortgelijke keuring in Roosteren een stier van de heer W. Schulpen uit Dieteren goedgekeurd. In 1934 werd een algemene vergadering weer na de Hoogmis in het patronaat gehouden. De heer Lijnen was voorzitter. De vergadering werd druk bezocht door meer dan dertig leden. De aanleiding daarvoor was wellicht de volgende. Er gingen geruchten dat verscheidene leden de vereniging wilden verlaten. De reden van die geruchten was gelegen in een verbod van regeringswege om meer kalveren op te fokken. Een vertrek van een substantieel aantal leden zou het voortbestaan van de stierhouderij in gevaar brengen. De ledenvergadering besloot echter unaniem om de vereniging in ieder geval tot 1 januari 1935 in stand te houden. De vereniging had in het jaar 1933 een tekort van 230,95 gulden. Het tekort werd echter ruimschoots gedekt door de waarde van de stier van de vereniging. De vereniging had dus ÚÚn stier. De schuld aan de Boerenleenbank liep door het tekort op naar 260 gulden.
In 1935 vond in januari een algemene vergadering van een stierhouderij wederom in het patronaat plaats. Voorzitter was de heer L. Leijnen en secretaris de heer W. Henskens. In het verslag in de krant werd de vereniging betiteld als Onderlinge Stierhouderij “De Eendracht”. De inkomsten in het voorgaande jaar bedroegen 365 gulden en de uitgaven 363,03 gulden zodat een batig saldo van 1,97 gulden resteerde. Besloten werd het dekgeld op 3,50 gulden te handhaven. Twee aftredende bestuursleden, de heren L. Leijnen en A. Schulpen werden herkozen. Als nieuw lid van het bestuur werd de heer G. Meuffels gekozen. Besloten werd de fokstier voorlopig aan te houden en zo nodig op de fokveedag te Sittard een nieuw fokstier te kopen.
Uit het verslag van de algemene vergadering van 1936, nu op een zondagmiddag in het patronaat, blijkt dat er in 1935 een nieuwe fokstier was gekocht. De inkomsten en uitgaven beliepen in het verslagjaar meer dan 500 gulden. Er resteerde een batig saldo van 49,55 gulden. Het ging dus financieel goed met de vereniging. Het aantal leden bedroeg op 1 januari 1936 27. De heren Jacob Filott en W. Henskens werden herkozen als bestuurslid.
In 1939 was de situatie wellicht gewijzigd. Het verslag spreekt van de stierhouderijvereniging Susteren-Dieteren. Had er na 1935 een fusie met een soortgelijke vereniging in Susteren plaats gevonden? Of was het alleen een vermelding in de krant waarmee werd aangegeven dat Dieteren tot de gemeente Susteren behoorde? Het laatste is het meest waarschijnlijk mede gelet op het nagenoeg gelijke aantal leden als in vorige jaren. De vereniging had er in 1938 vijf nieuwe leden bij gekregen. Het totale ledental was daardoor gestegen tot 33. Het batig saldo bedroeg 42,43 gulden. Er werd besloten dat nieuwe leden het volle aandeel in de kas moesten storten. Een uitzondering werd gemaakt voor kinderen van leden. Die konden volstaan met betaling van 2,50 gulden. De nieuwe leden moesten dus een hoger entreegeld betalen.
In 1939 werden de aftredenbestuursleden J. Filott en W. Henkens bij acclamatie herkozen. Beide heren waren in 1930 en 1936 al eerder herkozen. Bij de vereniging was sprake van grote continu´teit van bestuursleden. Dat duidde op groot vertrouwen van de leden in deze personen.

De oorlogsjaren
In het eerste oorlogsjaar 1940 is er sprake van stierhoudersvereniging “Vooruitgang” van Dieteren en omgeving. Het summiere verslag van de vereniging vermeldt dat er besloten is ter veredeling van de veestapel een stamboekstier aan te schaffen.
De Vooruitgang was blijkbaar aangesloten bij de zuivelcoöperatie St Rosa te Sittard. Die aansluiting had het voordeel dat de stier niet geslacht of verkocht hoefde te worden als de dochters van de door hem bevruchte koeien geslachtsrijp waren maar overgeplaatst kon worden naar een ander dorp.
Vermeldenswaard is in dit verband dat de stier Toosje‘s Jan 2, geboren 20 mei 1940, bij W. Schulpen stond en op 7 december 1943 werd overgeplaatst naar Urmond. De stier Anna`s Sjoerd, geboren 11 februari 1940 dekte daarna vanaf 8 december 1943 in Dieteren. Deze stier stond ook bij de heer W. Schulpen en was afkomstig van Wintraak. Deze stier is in september 1944 weggehaald door de Duitse weermacht.
De vereniging is dus in de oorlog tot het afvoeren van de stier door de Duitsers actief gebleven. Dat is niet zo verwonderlijk omdat het boerenbedrijf in de oorlog zo goed en zo kwaad mogelijk werd voortgezet.

Na de tweede wereldoorlog
Of de vereniging na de tweede wereldoorlog nog actief is geweest, heb ik niet kunnen achterhalen. Waarschijnlijk is de vereniging vrij snel ontbonden net zoals dat het geval is geweest bij veel andere stierhouderijen in Limburg. De boeren in Dieteren zijn toen lid geworden van de fok- en controlevereniging te Sittard die kunstmatige inseminatie toepaste. Kunstmatige inseminatie heeft een aantal voordelen ten opzichte van natuurlijke dekking door een stier van een stierhouderij. De kosten zijn lager. Deze worden immers gedeeld door veel meer leden. Het tijdsbeslag voor bevruchting van tochtige koeien is voor de boer geringer. In plaats van met de tochtige koe naar de stier te gaan, komt de inseminator naar de boerderij. Ook is er meer selectie mogelijk omdat de K.I. vereniging meer stieren houdt. Er kan gerichter aan kwaliteitsverbetering van het vee gedaan worden door controle op de koeien en kalveren en in samenwerking met de zuivelfabriek op de hoeveelheid melk per koe en de kwaliteit van de melk.

Epiloog
In dit artikel heb ik de stierhouderij in Dieteren in een gedeelte van de eerste helft van de vorige eeuw, in het bijzonder in de jaren dertig en veertig. Er was in Dieteren een vereniging, genaamd “Vooruitgang”, die een stier aanhield ten behoeve van haar leden. Helaas heb ik de oprichting en de eerste jaren van het bestaan van de vereniging niet kunnen beschrijven omdat ik geen bronnen uit die periode had. Dat geldt ook voor het einde van de vereniging. Niettemin hoop ik dat u een indruk van de vereniging en haar activiteiten hebt gekregen.


Wil Filott






Heeft U een suggestie of opmerking, mail naar info@deetere.nl